Afspiegelingsbeginsel
Voor 2006 kon bij collectieve ontslagen van tien of meer werknemers de werkgever kiezen of hij het afspiegelingsbeginsel wilde toepassen. Sinds 2006 is dit veranderd. Tegenwoordig is het zo dat de werkgever altijd bij opzegging op grond van bedrijfseconomische redenen het afspiegelingsbeginsel moet toepassen,dus ook bij minder dan tien werknemers. Dit houdt in dat het personeelsbestand wordt ingedeeld in leeftijdsgroepen. De groepen zijn: 15 - 25 jaar, 25 - 35 jaar, 35 - 45 jaar en 55 jaar en ouder.
Binnen die groepen worden per categorie uitwisselbare functies per bedrijfsvestiging de uitwisselbare functies vastgesteld. Per leeftijdsgroep wordt aan de hand van het anciënniteitsbeginsel bepaald welke werknemer ontslagen moet worden. Met anciënniteitsbeginsel wordt bedoeld dat de persoon die als laatste bij het bedrijf is gekomen, er als eerste uit moet, enz.
Bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel wordt dus gekeken wie ongeveer dezelfde functies hebben, welke vervolgens bij elkaar worden geschaard in een bepaalde leeftijdsgroep. Van die specifieke groep worden dan de personen die er nog maar het kortst werken ontslagen.


