Kort geding
Als er een spoedeisend belang aanwezig is (bijv. een ontslag op staande voet, waarbij doorbetaling van het loon gevraagd moet worden vanwege anders ontstane financiële nood) en de beslissing van de kantonrechter in de gewone procedure niet kan worden afgewacht, kan een kort geding uitkomt bieden.
Op verzoek van de eisende partij bepaalt de kantonrechter een datum en tijdstip waarop het kort geding zal plaatsvinden. Vervolgens wordt de werkgever per dagvaarding opgeroepen voor het kort geding. Zijn beide partijen bereid vrijwillig te verschijnen, dan hoeft niet eens gedagvaard te worden. Er vindt in tegenstelling tot de gewone procedure geen conclusiewisseling plaats. Ter zitting krijgt eerst de eisende partij het woord, waarop de gedaagde partij mag reageren. In beginsel is er alleen plaats voor bewijslevering middels geschriften. Een aanbod om bewijs te leveren door middel van het horen van getuigen wordt door de voorzieningenrechter meestal afgewezen. Nadat partijen ter zitting nog een keer op elkaar hebben mogen reageren, wijst de voorzieningenrechter vonnis. Tegen dit vonnis kan binnen vier werken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof.
Een vonnis in kort geding is geen definitieve uitspraak. De rechter treft slechts een voorlopige voorziening en wel totdat in de gewone procedure een beslissing is genomen. Vaak aanvaarden partijen echter het oordeel van de rechter in kort geding, waarmee het geschil eindigt.


