Nabestaandenuitkering partner
Hoe hoog is mijn nabestaandenuitkering als mijn partner is overleden?
De hoogte van de nabestaandenuitkering is gebaseerd op het minimumloon. Heb je als nabestaande naast de nabestaandenuitkering nog andere inkomsten, dan wordt de uitkering daarmee verrekend: je ontvangt dan misschien een lagere, of helemaal geen uitkering. Bij een hoog eigen inkomen zul je dus geen nabestaandenuitkering ontvangen. Toch is het ook dan verstandig de uitkering aan te vragen: het recht op de uitkering blijft namelijk bestaan en dit kan van pas komen als het inkomen daalt.
Inkomsten uit loondienst, winst uit een eigen bedrijf of inkomen uit (vervroegd) pensioen worden gedeeltelijk van uw ANW afgetrokken.
Een WW , WAO /WIA, ZW, nabestaande- en diverse andere uitkeringen worden volledig van de ANW afgetrokken.
De nabestaandenuitkering voor de partner van een overledene bedraagt maximaal 70% van het minimumloon en is afhankelijk van het inkomen van de nabestaande. Vanaf 1 julli 2011 is dat €1.121,95 bruto per maand. De vakantie toeslag bedraagt €68,22 bruto per maand, en wordt in de maand mei uitbetaald.
Als je als nabestaande voor lange tijd moet rondkomen van een laag inkomen, dan heb je misschien recht op een langdurigheidstoeslag van de gemeente.
Wanneer eindigt mijn recht op een nabestaandenuitkering als mijn partner is overleden?
Als je partner bent van de overledene eindigt je uitkering als je:
- 65 jaar wordt;
- hertrouwt of gaat samenwonen (hierop bestaan echter enkele uitzonderingen*);
- niet langer minstens 45% arbeidsongeschikt bent;
- het jongste kind 18 jaar wordt of als het kind tot het huishouden van een ander gaat behoren.
- Je blijft langer dan een maand in detentie.
Let op: de laatste twee gronden gelden niet als je geboren bent vóór 1 januari 1950, en ook niet als je geboren bent tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956 en vóór 1 juli 1996 getrouwd was en je echtgenoot vóór 1 juli 1999 is overleden.
Als je al vóór juli 1996 een uitkering had (Algemene Wezenwet-pensioen [AWW]), geldt een overgangsregeling. Daarin staan afwijkende bepalingen. Informeer hiernaar bij de SVB.
*uitzonderingen:
- 1. Als je gaat samenwonen met kind(eren), loopt de uitkering door.
- 2. Als je gaat samenwonen met twee of meer ongehuwde meerderjarigen, dan wordt in de Anw niet meer gesproken van samenwonen, maar van een meerpersoonshuishouden. De Anw-uitkering loopt dan gewoon door.
- 3. Als je thuis een hulpbehoevende verzorgt of zelf hulpbehoevend bent en om die reden samenwoont, wordt de Anw-uitkering niet beëindigd maar verlaagd tot 50% van het minimumloon. Dit is €732,46 bruto per maand. ( per juli 2011).
(bron www.kenniskring.nl)


