Ontslagvergoeding kantonrechter

De inhoud van dit artikel is gevalideerd

Als de werkgever voor jou ontslag aanvraagt bij de kantonrechter, dan kan de kantonrechter beslissen dat de werkgever aan jou een bepaalde vergoeding moet betalen. Deze vergoeding wordt over het algemeen vastgesteld aan de hand van de kantonrechtersformule (Let op: De rechter is dus niet gebonden aan het gebruik van de formule!). Deze formule is vanaf 1 januari 2009 aangepast.

 

 De nieuwe kantonrechtersformule is als volgt:

Gewogen dienstjaren x beloning x correctiefactor

 

Gewogen dienstjaren: De diensttijd wordt afgerond op hele jaren. Een halfjaar wordt naar beneden afgerond, alles daarboven wordt naar een jaar afgerond.

Elk dienstjaar tot en met het 34e levensjaar telt 0,5 keer mee.

Elk dienstjaar vanaf het 35e tot en met het 44e levensjaar telt 1 keer mee.

Elk dienstjaar vanaf het 45e tot en met het 54e levensjaar telt 1,5 keer mee.

Elk dienstjaar vanaf het 55e levensjaar telt 2 keer mee.

 

Beloning: Dit is het bruto maandloon. De vakantietoeslag, dertiende maand, structurele overwerkvergoeding en andere vaste toeslagen worden hier ook bij opgeteld.

Een auto van de zaak, onkostenvergoeding, tantièmes, werkgeversaandeel in de ziektekostenverzekering en pensioen, niet-structurele winstdeling en opties/aandelen in de onderneming vallen niet onder de beloning. De rechter kan echter beslissen dat dit wel wordt meegerekend.

 

Correctiefactor: De correctieffactor is een getal dat aangeeft hoeveel het ontslag eigen schuld is van de werknemer of werkgever. Als het vooral de schuld van de werknemer is dan zal de correctiefactor een getal lager dan 1 zijn. Als het meer de schuld van de werkgever is dan zal het een getal hoger dan 1 zijn. Als het ontslag niet zozeer iemands schuld is dan is de factor 1.  

 

De oude kantonrechterformule: Het verschil met de nieuwe kantonrechterformule is dat de dienstjaren in de oude formule zwaarder werden gewogen. Het zag er als volgt uit:

Elk dienstjaar tot en met het 39e levensjaar telt 1 keer mee.

Elk dienstjaar vanaf het 40e tot en met het 49e levensjaar telt 1,5 keer mee.

Elke dienstjaar vanaf het 50e jaar telt 2 keer mee.