Opzegverbod tijdens zwangerschap en bevalling

De inhoud van dit artikel is gevalideerd

Indien de werknemer zwanger is dan geldt er een wettelijke opzegverbod voor de werkgever.

Als er een opzegverbod aanwezig is, dan blijft dat verbod bestaan ook al krijgt de werkgever een ontslagvergunning.

Bij het afgeven van ontslagvergunningen is het namelijk niet de taak van het UWV Werkbedrijf om te kijken naar opzegverboden. Dus het kan voorkomen dat het UWV Werkbedrijf  alsnog een ontslagvergunning afgeeft.

Zegt de werkgever, met een ontslagvergunning in de hand, de arbeidsovereenkomst alsnog op terwijl er een opzegverbod van toepassing is, dan is deze opzegging " vernietigbaar"  De zwangere werknemer moet zich daar binnen twee maanden na de opzegging op beroepen. 

De werkgever mag de dienstbetrekking met een zwangere werkneemster niet opzeggen. De duur van de zwangerschap is hierbij niet van belang.

De werkgever mag de werkneemster vragen om een verklaring van een arts of verloskundige waaruit de zwangerschap blijkt.

Verder mag de werkgever de werkneemster niet opzeggen tijdens haar bevallingsverlof en gedurende een periode van zes weken aansluitend aan het bevallingsverlof als zij na de bevalling weer aan het werk is gegaan.

Als de werkneemster aansluitend ziek is en dus niet aan het werk gaat, geldt het algemene opzegverbod bij ziekte.

Als een werkgever de arbeidsovereenkomst met een zieke of zwangere werknemer via de kantonrechter wil ontbinden, moet de kantonrechter zich ervan vergewissen dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met het een opzegverbod. Meer informatie daarover vind je hier.

UITZONDERINGEN :

In een aantal situaties gelden de opzegverboden niet:

  • in de proeftijd;
  • aan het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ( een ontslag van rechtswege, dus geen opzegging);
  • bij een terecht gegeven ontslag op staande voet;
  • bij faillissement;
  • als de werkneemster schriftelijk met de opzegging instemt( er wordt dan afstand gedaan van haar beroep op het opzegverbod).