Ouderschapsverlof: regels
Wat zijn de regels met betrekking tot ouderschapsverlof?
Ten minste twee maanden vóór de geplande ingangsdatum van het verlof, moet je aan je werkgever melden dat je gebruik wilt maken van je recht op ouderschapsverlof. Hiervoor kan een schriftelijk verzoek worden ingediend. Als je werkgever daar geen formulier voor heeft, dan moet je de volgende punten in je brief opnemen:
- op welke datum het verlof moet ingaan (of de vermoedelijke datum na bijvoorbeeld het bevallingsverlof)
- om hoeveel dagen verlof het gaat
- op welke dagen van de week
- hoe lang het gaat duren
De duur van je ouderschapsverlof is afhankelijk van het dienstverband. De standaardregeling is 13 keer de wekelijkse arbeidsduur, op te nemen gedurende zes maanden voor maximaal de helft van jouw arbeidsduur per week. In overleg met je werkgever kan er een andere regeling over de spreiding van de uren getroffen worden.
Vanaf 1 januari 2009 is het recht op ouderschapsverlof verlengd van 13 naar 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. De verlenging geldt alleen wanneer je voor dat kind vóór 1 januari 2009 nog niet eerder ouderschapsverlof hebt opgenomen of gedeeltelijk hebt opgenomen. De duur van het ouderschapsverlof dat je vóór 1 januari 2009 hebt opgenomen ligt op 13 weken.
Tijdens het ouderschapsverlof ontvang je in principe geen salaris; wel gewoon loon voor de gewerkte uren. Het is echter mogelijk dat in de cao of in aanvullende arbeidsvoorwaarden een ouderschapsregeling staat die uitgebreider is. Of misschien kan het ouderschapsverlof over een langere periode en onder iets andere voorwaarden opgenomen worden. Kijk vooral in je cao wat er staat over het onderwerp ouderschapsverlof, want die regels gelden boven de wettelijke regeling.


