Loonuitbetaling
Eigenlijk is er geen standaard loonvorm. Naast uitbetaling in geld kan loon ook worden uitbetaald in de vorm van bijvoorbeeld kost en inwoning of producten uit het bedrijf waar je werkt. Denk bijvoorbeeld aan de slagersjongen die wekelijks een kilo vlees mee naar huis krijgt. De Belastingdienst zal met het oog op de premieheffing wel een waarde in geld toekennen aan deze loonvormen.
Het loon waarop je recht hebt is het brutoloon; je werkgever moet hier wel de noodzakelijke premies op inhouden. Het is mogelijk dat je met je werkgever een nettoloon afspreekt en dat je werkgever alle premies voor zijn rekening neemt. Dit wordt meestal ook gedaan voor vergoedingen die deel uitmaken van de totale beloning (bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding). Maar als de belastingwetgeving intussen verandert, bijvoorbeeld het terugbrengen van de belastingvrije kilometervergoeding, dan moet er over de afgesproken vergoedingen opeens belasting worden betaald. Het gevolg is dat jij netto minder overhoudt. Aan de hand van de beloningsregeling zelf en de redelijkheid en billijkheid moet dan bekeken worden voor wiens rekening die kosten moeten komen.
Ondanks het ontbreken van een standaard, worden er toch eisen gesteld aan de vorm waarin het loon wordt uitbetaald. De toegestane vormen zijn:
- geld;
- zaken die geschikt zijn voor persoonlijk gebruik (behalve alcoholische dranken en andere
schadelijke genotmiddelen);
- gebruik van woning, diensten, voorzieningen en werkzaamheden voor rekening van je werkgever;
- effecten en vorderingen.
Als je loon in geld wordt uitgekeerd moet dat gebeuren in een wettig Nederlands betaalmiddel of door girale betaling. Buitenlandse valuta kunnen wel worden afgesproken. Verder kent de wet de verplichting voor je werkgever om je een loonstrook te geven, behalve als er geen wijzigingen in de gebruikelijke bedragen voorkomen.


